Het is vrijdag 20 juni. Vandaag gaan we met mama naar de huisarts.
Mijn zus is in Nederland en dat betekent dat we deze afspraak samen met mama kunnen bijwonen.
Al vroeg in de ochtend vertrek ik naar het gezondheidscentrum. De afspraak staat gepland om 08.30 uur. Het is prettig dat het gesprek zo vroeg op de dag plaatsvindt, want daarna wacht mij nog een druk programma.
Op de parkeerplaats ontmoet ik mijn zus en mama. Het is een prachtige junidag. De zon schijnt, de temperatuur is aangenaam en de lucht is helder.
Met goede moed lopen we het gezondheidscentrum binnen.
Mijn zus en ik hebben vooraf uitgebreid met elkaar gebeld over deze afspraak. Eerst maar eens horen wat de huisarts te zeggen heeft over mama’s wens.
Tegelijkertijd houden we rekening met het scenario dat we misschien te laat zijn om nog iets in gang te zetten.
In het gezondheidscentrum is het druk. De eerste hal zit vol met oudere mensen. Er is geen stoel meer vrij. Al snel realiseer ik me dat iedereen wacht om bloed te laten prikken.
Daar zijn wij niet voor gekomen. We lopen verder, door een schuifdeur, naar de daadwerkelijke wachtruimte van de huisartsenpraktijk.
Het gebouw roept herinneringen op aan vroeger. Aan de keren dat ik hier als kind met mama kwam. Samen wachten in de wachtkamer. Ik zie het mandje weer voor me dat altijd op de balie stond. Voor herhaalrecepten, maar ook voor potjes urine. Alleen die gedachte al bezorgt me een lichte rilling.
De wachtkamer is inmiddels gemoderniseerd. De ruimte is licht en ruim opgezet. Aan de muur hangt een informatiescherm en op een tafel staat een grote vaas met kunstbloemen. De balie van de assistentes is gesloten.
De tijd heeft het mandje voor herhaalrecepten ingehaald.
Gelukkig zijn ook de potjes urine verdwenen, zorgvuldig verpakt tegen lekkage of voor de anonimiteit.
We nemen plaats op een moderne houten bank. Wanneer mama vraagt waarom we hier zijn, antwoord ik zachtjes dat we komen praten over haar wens tot euthanasie.
Even later verschijnt de huisarts in de wachtruimte. Hij noemt mijn moeder bij haar achternaam.
Met z’n drieën lopen we achter hem aan. Terwijl we door de gang lopen, kijk ik naar de grond. Mijn blik blijft hangen op de rode nagellak op mijn tenen. Ik realiseer mij dat ik morgen een afspraak bij mijn vaste nagelsalon heb.
De huisarts opent de deur van zijn spreekkamer en we nemen plaats.
Mijn zus zit rechts van mama, ik links. Terwijl iedereen gaat zitten, laat ik mijn blik snel door de kamer glijden.
De boeken in de kast. De dokterstas op de grond. In een kast staat een klein naambordje met daarop het woord ‘huisarts’. Misschien een cadeautje van een patiënt, denk ik nog.
Dan kijkt de huisarts mijn moeder aan.
‘Wat kan ik voor u doen?’
Mijn mama begint te vertellen.
Mijn kast wiebelt in mijn hoofd.
