Donderdag

De dag dat we de euthanasie van mama plannen in de agenda’s

Mama en ik zitten weer samen in de wachtkamer van de huisartsenpraktijk in het dorp waar ze woont.

Het is rustig. Misschien komt het door de zomervakantie, misschien door het tijdstip.

08.30 uur.

Alles in de wachtkamer is nog precies hetzelfde.

Mijn ogen glijden door de ruimte en ik vraag me af hoe vaak ik hier de afgelopen zeven weken inmiddels ben geweest.

Met mama’s fysieke gezondheid is eigenlijk nooit iets mis geweest.

Gek dat we juist in de laatste fase van haar leven zo vaak bij de huisarts zitten.

Afgelopen dinsdag heb ik hem telefonisch gesproken.

Eigenlijk zou hij maandag bellen.

Maar het bleef angstvallig stil.

De hele maandag hield ik mijn telefoon bij me. Ik durfde hem nauwelijks los te laten. 

Zelfs niet als ik naar het toilet ging of wilde douchen.

Alsof ik door één gemist telefoontje de controle over alles zou verliezen.

Voor zover ik überhaupt nog controle heb.

Alle rust die ik tijdens onze vakantie op Ibiza had gevonden, is verdwenen. 

Daarvoor in de plaats zit een soort permanente angst in mijn lijf.

Paniek.

Ik ben boos en verdrietig tegelijk en kan maar aan één ding denken:

Mijn mama heeft nog maar een paar dagen.

En ik ben zo verschrikkelijk bang.

Voor mama is het goed.

Soms lijkt ze zich niet volledig te realiseren dat haar laatste dagen zijn aangebroken.

Dat is lastig.

Pijnlijk.

Maar misschien ook wel beter.

Ik leer steeds meer dat er in deze situatie geen goed of fout bestaat.

De uren op maandag tikken voorbij.

Nog steeds geen huisarts.

Is hij ons gewoon vergeten?

Het maakt dezelfde woede in mij los die ik vaker tijdens dit proces heb gevoeld.

Ik raak geïrriteerd door mensen.

Ik.

Degene die altijd als een mensenmens wordt omschreven.

Maar mensen kosten mij op dit moment vooral heel veel energie.

Ze zeggen weleens dat je mensen pas echt leert kennen als het leven moeilijk wordt.

Ik begin te begrijpen wat daarmee wordt bedoeld.

Mensen die altijd onderdeel waren van mijn leven verdwijnen naar de achtergrond. 

Door wat ze zeggen.

Of juist niet zeggen.

Door wat ze doen.

Of juist niet doen.

Ik heb er geen energie meer voor.

En mijn tranen zijn te kostbaar.

Die zijn voor mama.

Niet voor mensen van wie ik het gevoel heb dat ze niet begrijpen wat wij doormaken.

Maar er gebeurt ook iets anders.

Er zijn banden die juist nu sterker worden.

Vriendschappen die er altijd al waren, maar ineens nog mooier en intenser voelen.

Familiebanden die verdiepen.

De gesprekken met mijn vader tijdens onze vakantie op Ibiza.

Ze zitten in mijn hart.

Maandagmiddag bel ik uiteindelijk zelf naar de huisartsenpraktijk.

Ik vertel dat ik het niet prettig vind dat ik niet ben gebeld. 

Mijn lontje is kort.

Heel kort.

De assistente zegt dat ze het zal doorgeven en verwacht dat de huisarts mij dinsdagochtend terugbelt.

Gelukkig doet hij dat.

We maken een afspraak voor donderdag 21 augustus.

En nu zitten we hier.

Samen.

De huisarts roept ons binnen.

Hij lijkt gespannen.

Of misschien beeld ik mij dat in.

We nemen plaats op de stoelen voor zijn bureau.

Hard en ongemakkelijk.

Net als deze situatie.

Hij vraagt mama opnieuw waarom we hier zijn.

“Ja,” zegt ze duidelijk.

“Omdat ik euthanasie krijg.”

Die ene zin.

Iedere keer opnieuw doet hij iets met mijn hele lichaam.

Paniek.

Angst.

Woede.

Verdriet.

Alles tegelijk.

Maar zoals iedere keer dat mama deze woorden uitspreekt, probeer ik me groot te houden.

Er rolt een traan over mijn wang.

Ik pak een tissue uit de doos op het bureau.

Daar staan ze immers voor.

De huisarts legt de procedure nog een keer uit.

Mama en ik knikken.

Ik ken hem inmiddels uit mijn hoofd.

Helaas.

Hij staat in mijn geheugen gegrift.

De huisarts heeft eerder aangegeven dat hij de euthanasie graag aan het einde van zijn werkdag wil uitvoeren.

Na een euthanasie gaat hij liever niet meer terug naar de praktijk.

Dat begrijp ik.

Zoiets gaat ook een huisarts niet in de koude kleren zitten.

Daarna wil hij naar huis.

Naar zijn jonge gezin.

Hij kijkt naar het scherm van zijn computer.

Even is het stil.

Dan zegt hij:

“Donderdag 28 augustus.”

Mijn hart bonst.

“Ik zal dan rond 19.15 uur bij uw moeder zijn.”

De kast in mijn hoofd pleurt om.

Alle lades.

Alles.

Daar is hij dan.

De datum waarop mijn mama zal sterven.

De datum waarop haar wens werkelijkheid wordt.

En de datum die mijn leven voor altijd zal verdelen in ervoor en erna.

Donderdag 28 augustus 2025.

Onbekend's avatar

Auteur: melhakker

In de zomer van 2025 besloot mijn moeder dat zij niet langer meer wilde leven. In deze blogs vertel ik over mijn rouwproces, het proces tot haar laatste adem en alles daarna.

Plaats een reactie