Donderdag 28 augustus 2025
De klok tikt.
17.00 uur.
Straks komen Luuk en B ook naar het huis van mama.
De laatste uren met haar.
Ik app B dat mama zin heeft in FEBO.
FEBO.
Wie had dat ooit gedacht?
Aan de andere kant is het eigenlijk heel logisch.
Op donderdag eten mama, Luuk en ik vaker FEBO. Het ligt op de route als we terugkomen van de fysiotherapeut van Luuk.
Een vaste gewoonte.
Een van onze vele rituelen samen.
Maar FEBO als je laatste avondmaal?
Ik geef de bestelling door aan B.
Zij zullen het ophalen onderweg naar mama. Er zit een FEBO Drive In op de route.
In dit hele proces maak ik keuzes.
Ik stel kaders. Soms over grote dingen, soms over dingen die voor een ander misschien nergens op slaan.
Dingen waarvan ik nu al weet: dit wil ik na mama’s dood nooit meer doen.
FEBO eten wordt er één van.
Als B en Luuk binnenkomen, voelt het als een kleine verademing.
Even een beetje verlichting op de zwaarste dag uit het leven van mijn zus en mij.
B maakt een grapje.
We lachen zelfs even.
Op deze verschrikkelijk verdrietige dag.
Mama is blij om de mannen te zien en geeft ze allebei een dikke knuffel.
“Gezellig dat jullie er ook zijn.”
Ze lijkt zich nauwelijks bewust van wat wij allemaal voelen. Alsof zij zich bevindt in een andere dimensie.
Misschien is ze er zelf ook bewust niet mee bezig.
Dat ze over een paar uur gaat hemelen.
Voor altijd bij de zon.
Nooit meer samen naar de fysio.
Nooit meer die ritjes van Zaandam naar Haarlem.
Nooit meer samen zingen met de liedjes die Luuk heeft uitgekozen.
Nooit meer mama’s hand op mijn been als een tekst ons allebei raakt.
Omdat er een herinnering aan vastzit.
Omdat we allebei precies weten welke.
Nooit meer samen FEBO.
Nooit meer.
Mijn zus en ik dekken de tafel.
Nou ja, dekken…
We zetten wat borden, bestek en glazen neer.
Er is nog een klein beetje frisdrank.
En een blikje Fanta.
Dat blikje is voor mama.
Voor straks.
Na het drinken van “ het drankje “ straks mag ze nog iets drinken. “Het drankje” zal vies smaken is ons verteld.
Ze koos voor Fanta.
Geen twijfel.
Geen ander drankje kwam in haar op.
Fanta.
Ondanks dat mijn zus en ik boodschappen hebben gedaan, zijn we vergeten frisdrank voor onszelf te halen.
Maar je kunt ook niet aan alles denken als je weet dat je moeder vandaag doodgaat.
Vandaag.
Vanavond.
Over een paar uur.
Straks.
Ongekend.
Ik kan niet eten.
Mijn patat smaakt naar niets. Het voelt alsof ik op papier kauw.
Ik zie Luuk wat in zijn bakje wroeten.
“Heb je genoeg gehad, man?” vraagt mama.
Luuk kijkt haar aan.
“Ja, oma.”
Mama pakt een paar van zijn patatjes.
Zij lust er nog wel wat.
Ze zit lekker te eten.
Ik kan er bijna niet naar kijken.
Nooit meer FEBO.
Nooit meer samen patatjes eten.
Nooit meer Fanta.
Nooit meer haar stem die aan Luuk vraagt of hij genoeg heeft gehad.
Zoveel dingen die straks nooit meer zullen gebeuren.
En ik zit hier tegenover haar.
Mijn mama is er nog.
Ze eet een paar patatjes.
Ze praat.
Ze lacht.
Ze is er.
Maar over een paar uur niet meer.
Ik probeer te begrijpen wat nooit meer betekent.
Maar dat kan ik niet.
Hoe kun je je voorstellen dat iemand er nooit meer zal zijn…
als ze gewoon nog tegenover je zit?