Italië

Voor het eerst in Italië op vakantie

We zijn in Italië als de laatste dagen van juli overgaan in augustus.

Nog één maand.

Dan is mama alweer een jaar niet meer bij ons.

Het is de eerste keer dat we vakantie vieren in Italië.

Na jarenlang naar Ibiza te zijn geweest, had Luuk aangegeven dat hij graag eens iets anders wilde. Achteraf bleek dat hij eigenlijk droomde van een culturele vakantie.

Toen hij vroeg wat we allemaal gingen doen, vertelde ik enthousiast over het huis, het mooie weer, het zwembad, het heerlijke eten en dat mijn vader en Betty ook langs zouden komen.

Dat was niet wat hij bedoelde.

Hij wilde naar Rome. Door de straten dwalen, de geschiedenis ontdekken en alle bezienswaardigheden bekijken.

“Dan hadden we net zo goed naar Ibiza kunnen gaan,” zei hij droog toen ik het programma vertelde.

Ik beloofde hem dat we zeker samen een keer naar Rome zouden gaan. Niet midden in de zomer, maar op een ander moment.

En eerlijk is eerlijk…

Het huis in Italië voelt als een klein paradijs.

Het ligt verscholen tussen de olijfbomen en fruitbomen. Via een lang wit grindpad bereik je de villa. Binnen overheersen lichte kleuren en buiten zijn overal plekjes om in de zon of juist in de schaduw te zitten. 

Natuurlijk ontbreekt ook een zwembad niet.

Een verborgen plek waar alles klopt.

La Dolce Vita.

Maar al tijdens de eerste nacht kan ik niet slapen.

Ik voel onrust.

Angst.

Een soort paniek die ik niet kan verklaren.

Meerdere keren voel ik in het donker of B nog naast mij ligt.

Pas tegen de ochtend val ik een beetje in slaap.

Het gevoel is niet verdwenen als ik wakker word.

Alle vakantierituelen zijn hetzelfde als altijd.

Iedere ochtend drink ik in alle rust mijn koffie op het terras, uitkijkend over het prachtige landschap.

Het is hier adembenemend mooi.

Tijdens het ontbijt vertel ik B over de onrust die ik voel. 

Ik moet huilen.

Ik geef de schuld aan gisteren.

Het was de 28e.

De dag waarop mama overleed.

En augustus komt eraan.

Misschien is dat het wel.

B slaat een arm om mij heen.

“Alles wat je voelt, is goed.”

Maar…

er klopt iets niet.

Het gevoel blijft.

Het zit niet alleen in mijn hoofd.

Ik voel het fysiek.

Waarom juist hier?

In de periode vóór mama’s overlijden en ook daarna ben ik vaker weggeweest.

Ibiza.

Tenerife.

Bij mijn ouders in Spanje.

Zeeland.

Elke keer deed ik de oefeningen die ik van Antoinette had geleerd.

De rituelen die mij hielpen om ruimte te geven aan mijn verdriet én om weer te kunnen genieten.

Op al die plekken was mama ooit met mij geweest.

Of ik had haar erover verteld.

Ik voelde haar aanwezigheid in de herinneringen die we samen hadden gemaakt.

Ze hoorde daar nog steeds een beetje bij.

Maar Italië…

Italië is anders.

Op de vijfde ochtend word ik opnieuw wakker met hetzelfde beklemmende gevoel.

Na die eerste slapeloze nacht slaap ik inmiddels met behulp van een slaappil.

Maar zodra ik wakker word, is het gevoel er weer.

Direct.

Na mama’s overlijden omschreef ik het alsof iemand op mijn hart stond.

En ineens…

herken ik het.

Ik mis mijn moeder hier nóg meer.

Niet omdat Italië minder mooi is.

Maar juist omdat het nieuw is.

Een plek waar we nooit samen zijn geweest.

Vanaf hier heb ik haar nooit gebeld om te vertellen hoe mooi het is.

Hier heb ik nooit een jurkje, een T-shirt of een klein souvenir voor haar gekocht.

Er zijn geen herinneringen.

Geen verbinding.

Deze plek hoort bij mijn nieuwe leven.

Een leven zonder haar.

En dat doet pijn.

Thuis voelt als mama.

Ibiza voelt als mama.

Tenerife ook.

Maar Italië nog niet.

Het lucht op zodra ik dat besef.

Het lucht op dat ik het hardop uitspreek tegen B.

En dat ik er met Betty over kan praten.

Samen dobberen we in het zwembad.

We praten over rouw.

Over iemand missen.

Over hoe je verder leeft, terwijl je iemand nooit achterlaat.

Ondertussen genieten we ook.

Van het land.

Van het huis.

Van het eten.

Van de zon.

Maar vooral van elkaar.

Onze handen zijn inmiddels gerimpeld van het water.

We blijven nog even hangen bij de trap van het zwembad.

Ik koester dit soort gesprekken.

Dan zegt Betty lachend:

“Ik ga eruit. Je moeder brandt op mijn rug.”

Ik glimlach.

Precies zo voelt het.

Mijn moeder zit in de zon.

En of ik nu in Italië ben, op Ibiza of straks weer ergens anders…

Zij reist met mij mee.

Altijd.

Waar ik ook ben.