Werk

Tijdens het proces was ik ook aan het werk. Dat was niet altijd makkelijk.

Het is mijn laatste werkdag voor de vakantie.

Een vakantie waarvan ik eigenlijk niet weet hoe lang die zal duren.

In mijn hoofd voelt het niet als vakantie.

Het voelt als: nog even weg… en daarna komt mama te overlijden.

Daarna ben ik nog vrij.

Ik zie op tegen de vakantie.

Ik heb nog maar zo weinig tijd met haar en juist nu ben ik tien dagen in het buitenland.

Mama blijft zeggen dat ik gewoon moet gaan.

“Je hebt zo hard gewerkt, meid.”

Ze herhaalt het steeds opnieuw.

Ook alle betrokkenen in het traject zeggen hetzelfde.

“Ga er even tussenuit. Ga met je mannen weg. Even ademhalen.”

Even uitchecken.

Om daarna in te checken voor iets waar niemand zich ooit op kan voorbereiden.

Het proces is afgerond.

Mama heeft toestemming gekregen.

Haar wens wordt gerespecteerd.

Binnen vier weken zal de hulp bij zelfdoding plaatsvinden.

Mama heeft bewust gekozen voor hulp bij zelfdoding en niet voor euthanasie via een infuus.

Ze zal zelf een drankje drinken, waarna ze binnen een bepaalde tijd zal overlijden.

Een paar dagen geleden belde de huisarts mij daar nog over.

Ik zat op dat moment bij een klant, samen met twee collega’s uit mijn team.

Ik liep de gang op om het telefoongesprek aan te nemen.

Terwijl ik luisterde, keek ik naar de posters aan de muur.

Veiligheidsinstructies.

Helmen.

Waarschuwingsborden.

Alsof ik ineens in een andere werkelijkheid stond.

De huisarts vertelde dat hij overleg had gehad met collega’s.

Soms duurde het na het innemen van het drankje nog anderhalf uur voordat iemand overleed.

Hij vroeg hoe wij daarin stonden.

Anderhalf uur.

Ik liet mijn blik opnieuw over de posters glijden.

Toen zei ik zacht:

“Dertig minuten.”

Als mama na dertig minuten nog niet in slaap zou zijn, wilden wij dat er alsnog via een infuus medicatie zou worden toegediend.

Ik nam die beslissing zonder haar daar nog mee te belasten.

Zou ze het überhaupt nog begrijpen?

Vanaf het eerste moment had ze ingestemd met het drinken van het drankje.

Dat was haar wens.

Op kantoor ging het leven gewoon verder.

Voor een vakantie maak je een overdracht.

Omdat ik verantwoordelijk ben voor twee afdelingen, spreek ik daarnaast iedereen ook nog één-op-één.

De situatie rondom mijn moeder is bekend.

Dat is prettig

.

Niet iedereen vraagt ernaar, maar ik voel dat veel collega’s met mij meeleven.

Tijdens de gesprekken bespreken we de resultaten, de klanten, wat goed gaat en waar zorgen liggen.

Maar vlak voor mijn vakantie gaat het eigenlijk maar over één onderwerp.

De werkdruk.

Die loopt al maanden op.

Vanuit het management is duidelijk gemaakt dat er financieel geen ruimte is voor extra collega’s.

Voorlopig moeten we het hiermee doen.

Dat geeft mij een rotgevoel.

Mijn verantwoordelijkheidsgevoel laat mij niet los.

Ook in deze periode, waarin mijn moeder stervende is, ben ik er altijd.

Als mama ’s avonds weer naar huis is, open ik vaak mijn laptop nog.

En op zondag werk ik meestal ook nog een paar uur.

Ik heb met mijn teams te doen.

Ik luister.

Ik vraag waar ze behoefte aan hebben.

Wat ik voor ze kan betekenen.

Ik voel hun frustratie.

En tegelijkertijd sta ik zelf met mijn rug tegen de muur.

Ik weet dat ik er de komende drie weken niet ben.

Misschien zelfs langer.

Zolang ik op kantoor ben, kan ik nog iets betekenen.

Meehelpen.

Brandjes blussen.

Klanten te woord staan.

En zorgen voor een beetje luchtigheid op de werkvloer.

Nog nooit eerder heb ik zoveel onrust gevoeld.

Over alles.

Werk.

Mama.

De zussen van mama.

Mensen die niets van de situatie begrijpen, maar er wel een mening over hebben.

Het is waar wat ze zeggen.

Je leert jezelf kennen in moeilijke tijden.

Maar je leert ook de mensen om je heen kennen.

En dat is niet altijd mooi.

In mijn hoofd rammelen alle lades tegelijk.

Ik krijg ze niet meer dicht.

Ik ben zo ontzettend moe.

De één-op-ééngesprekken zitten erop.

Hier en daar vloeien tranen.

Ook bij mij.

Vandaag kost het me moeite om mijn professionele masker op te houden.

Als een paar collega’s de vergaderruimte verlaten, geef ik ze een knuffel.

Misschien niet heel professioneel.

Maar ik ben niet alleen leidinggevende.

Ik ben ook gewoon een mens.

Een mens met liefde voor haar werk.

En vooral voor de mensen met wie zij werkt.

Samen met twee collega’s loop ik naar de parkeerplaats.

We praten nog even na.

Dan stap ik in mijn auto.

De navigatie geeft aan dat ik ruim een uur moet rijden.

Ik zet geen muziek op.

Ik bel niet naar huis.

Ik blijf mezelf één zin herhalen.

Het is maar werk.

Ik probeer het los te laten.

Maar het lukt niet.

Mijn hoofd blijft onrustig

.

Ondanks alle overdrachten laat ik mijn werk niet met een gerust hart achter.

Er is te veel onduidelijkheid.

Te veel spanning.

Te veel onrust.

En ergens diep vanbinnen weet ik…

Dit zou zomaar kunnen klappen terwijl ik er niet ben

Onbekend's avatar

Auteur: melhakker

In de zomer van 2025 besloot mijn moeder dat zij niet langer meer wilde leven. In deze blogs vertel ik over mijn rouwproces, het proces tot haar laatste adem en alles daarna.

Plaats een reactie